Het 5e eskadron huzaren poetst de plaat

Geplaatst op 6 november 2014 door Tijme J. Bouwers

Achttien mannen zitten om de haard van het Bosrestaurant te Joppe rustig met elkaar te praten. Ze drinken een aperitief voordat ze aan de lunch gaan. Henk Nix, de president van de Zutphense lunchtafel van de VOC , is jarig geweest en heeft ervoor gezorgd dat ieder is voorzien van een drankje. Maar waar is hij? In de eetzaal controleert hij de tafel en zorgt ervoor dat met enkele parafernalia de cavaleriesfeer onmiskenbaar is. Kleine schilderijtjes met ruiters op de vensterbanken voor de ramen, een sjaal languit op tafel, etc. Dan is hij terug in de cafézaal en gaat in het midden van de kring voor de haard staan. Hij deelt een A4tje uit met daarop enkele afbeeldingen uit de oude doos. Daarop huzaren in de Van IJzendoornkazerne aan het begin van de vorige eeuw. Henk brengt ons in de sfeer van die tijd door te vertellen over het dagelijkse leven van de huzaren in de kazerne. Het speelde zich vooral af in de stallen. De dienst was tamelijk vrij en werd volgens onderlinge afspraken verricht. Dat leverde nooit problemen op, de mannen kennen elkaar door en door. Bovendien is de eskadronscommandant, ritm Tielens, populair en wordt op handen gedragen. De ritmeester wordt overgeplaatst naar Venlo en wordt opgevolgd door ritm G. baron van Heemstra. Tegelijkertijd is er wisseling van het regimentscommando. Lkol H. Mathon wordt in 1907 cdt van het 4e Regiment Huzaren in Deventer waartoe ook de twee eskadrons van het Zutphense garnizoen behoren. De overste wil uniformiteit in de uitvoering van de werkzaamheden en stelt een nauwkeurig reglement op. De huzaren moeten in de stallen alles precies volgens voorschrift doen. Er is zelfs een commando voor het ophangen van de stalmutsen. De huzaren morren maar schikken zich, vijf van de zes eskadrons leggen zich bij de maatregelen neer. Maar niet de huzaren van het 5e eskadron, zij zien de zin van de nieuwe orders niet in. Op het avondappèl van24 juli 1907 staat na twee minuten het 2e eskadron aangetreden maar de plek van het 5e eskadron blijft leeg. Kennelijk maakt de garnizoenscommandant zich nog geen zorgen maar dat doet hij wel wanneer de volgende morgen het 5e eskadron weer niet op het appèl verschijnt. 5 korporaals en 51 zijn foetsie en niemand weet waar ze zijn. De huzaren van het 5e eskadron zijn de maatregelen beu. Hun woede richt zich tegen de nieuwe eskadronscommandant, een man van tucht en orde. In korte tijd heeft hij een groot aantal huzaren reeds een forse douw gegeven: streng arrest. Ze spreken af hem te smeren en naar Venlo te lopen om bij hun geliefde ritmeester begrip te vinden. In kleine groepjes verlaten ze op de avond van de 24e juli 1907 de kazerne. Verzamelen bij de IJsselbrug en dan via Arnhem en Nijmegen naar Venlo, dat is het plan. Op de avond van de 24e juli vorderen ze snel. Na Brummen en Dieren zien ze de toren van de kerk van Doesburg aan de overkant van de IJssel en naderen ze Rhedense heide. Daar willen ze vroeg in de ochtend een bivak opslaan. Een groep militaire wielrijders komt aanrijden uit het bos en houdt halt. De commanderend officier, Elnt Caderius van Veen, ziet geen officieren bij de huzaren en begrijpt dat er iets niet deugt. Hij gelast de huzaren zich te melden in de Wilhelmskazerne te Arnhem. Dat weigeren ze. Helaas voor hen patrouilleert de marechaussee in de buurt. Dan besluiten ze vrijwillig naar Arnhem te lopen. In de loop van de middag worden ze op de trein gezet naar Zutphen. Hun avontuur heeft nog geen vierentwintig uur geduurd. Het verhaal staat uitvoerig beschreven in het tweede nummer van jaargang 2014 van het kwartaalblad ‘Zutphen’ van de Historische Vereniging Zutphen en is geschreven door Rob Kammelar. Het is tijd voor de broodjeslunch. Voordat het gezelschap aan de soep spreekt Henk Nix een welkomstwoord. Hij heet in het bijzonder welkom Michiel Vreriks die op de SROC zat toen Henk commandant was. Michiel is onze meest vooruitgeschoven luisterpost naar het Oosten, hij woont in De Lutte. Volgend jaar bestaat deze tafel 75 jaar. ‘Er heeft zich een comité gevormd bestaande uit Hans Pol, Willem Geul en Walter Neuwirth. Dat heeft mij overvallen’, aldus Henk. De feestelijkheden zullen begin oktober 2015 in Zutphen plaatsvinden. Inmiddels is ook Henk lid van het comité. Er wordt ook nog een pasteitje opgediend. Henk attendeert de aanwezigen op de lunch van 20 nov. a.s. in Soest waar groots de 100e verjaardag van jhr. Willem Clifford Kocq van Breugel gevierd zal worden. Ook betuigt hij zijn instemming met het artikel, ‘Nederland moet zich diep schamen voor zo’n krijgsmacht’, van Ton Welter in de NRC van gisteren. Tot zijn spijt. Tot slot roept hij op tot mededogen met enkele vaste gasten van deze tafel die geleidelijk steeds meer van hun geestelijke vermogens inleveren. Na de soep wordt er ook nog een heerlijk pasteitje opgediend. Wanneer een ieder reeds een broodje heeft verorberd krijg ik het woord en geef een toelichting op de folder ‘Stolpersteine Aalten’ die ik heb uitgedeeld. Een Stolperstein is een gedenksteen die geplaatst wordt in het trottoir voor het huis van waaruit in de Tweede Wereldoorlog mensen door de Nazi’s zijn weggevoerd naar een vernietigingskamp. De steen is ontworpen door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947) en heeft in 1994 in Berlijn de eerste steen gelegd. In 2007 zijn de eerste stenen in Nederland gelegd. Een steen kost € 120, de bijkomende organisatiekosten belopen nog eens hetzelfde bedrag. In Aalten worden op 13 febr. 2015 op 7 adressen 20 stenen gelegd.’ Een mooi project’, is de algemene reactie. Er wordt door iemand voorgesteld om € 10 per man te geven. Enkelen drukken mij contant dat bedrag in handen. De nazit is in de eetzaal. Op tafel staan enkele koffie- en theekannen.

Geef een antwoord